Mijn verhaal

Mijn verhaal

Toen ik als 9 jarig meisje plotseling mijn broertje verloor doordat hij verongelukte draaide mijn wereld 180 graden. De impact van deze gebeurtenis heeft mij geleerd dat ‘een kind verloren kan gaan’.  De enorme klap van het moment waarop het gebeurde en het grote gemis dat voelbaar was in ons gezin heeft mij gevormd als meisje, als vrouw en als moeder. 

Vanuit deze ervaring ontstond een verlangen om kinderen die in kwetsbare situaties zaten te kunnen helpen. Ik werd Pedagoge en was ontzettend geinteresseerd in de sociaal emotionele ontwikkeling. Mijn interesse ging uit naar het onderwijs en toen ik ontdekte dat er vele kinderen thuiszaten werd ik daar heel nieuwsgierig naar. Ik herkende namelijk een gevoel van alleen zijn en onzichtbaar zijn in mijn pijn en verdriet op de basisschool.

Ik heb een aantal jaren met deze doelgroep mogen werken en leerde het onderwijssysteem en het passend onderwijs beter kennen en schrok van de praktijk. Ik stapte uit het ‘reguliere werk’ omdat ik voelde dat thuiszitters een gevolg zijn van maatschappelijke veranderingen. Ze zijn een stem, een geluid en een reactie op de manier waarop wij binnen het onderwijs omgaan in het voorzien van de basisbehoeften die nodig zijn om tot leren te komen. Daarom wilde ik gaan werken met de moeders i.p.v de kinderen omdat ik signaleerde dat de kinderen een reactie geven en de moeders weten waarop.  

Ik begon te begrijpen dat het de moeders zijn die in staat zijn om perfecte voorwaarden te scheppen voor hun kinderen. De moeders kunnen haarfijn aangeven wat er mist en wat er nodig is. De juiste voorwaarden scheppen vanuit liefde en vertrouwen naar het kind dat is er nodig. En in mijn ogen zijn daarnaast de vaders belangrijk om hierin te beschermen.

Het is een zeer kwetsbare wereld voor kinderen die vastlopen in het onderwijs, onze thuiszitters brengen we in een onmogelijke positie en leggen we een enorme verantwoordelijkheid op.

Een verantwoordelijkheid zo groot dat zelfs ouders,
scholen, samenwerkingsverbanden, gebiedsteams
en andere instanties een zelfde soort
verantwoordelijkheid niet willen dragen.

Wij vragen van deze kinderen namelijk dat zij;
buiten hun eigen kaders om, buiten hun eigen grenzen, over hun eigen grenzen gaan om er maar voor te zorgen dat hun ouders, hun leerkrachten en andere volwassenen niet in de problemen gaan komen, geen boetes krijgen, geen processen verbaal enz… Want als de kinderen niet doen wat de leerplicht eist dan is dat de consequentie in eerste instantie voor de ouders. Als een school het niet volgens het boekje oppakt is de school de sjaak en als een samenwerkingsverband buiten zijn eigen geschreven regels gaat dan kan ook het samenwerkingsverband boetes krijgen. 

En dus is het aan de kinderen van 6 – 9 – 13 – 16 jaar (maakt niet uit hoe oud) om vooral over hun eigen grenzen te gaan, niet te zeuren en te doen wat goed is voor de bureaucratie. Terwijl zij zo graag net als ieder ander naar school willen en zich veilig willen voelen.

Zij willen er ook bij horen!!

Met de oprichting van mijn ‘Preventie Bureau Thuiszitters’ liep ik tegen veel weerstand aan. Moeders voelden zich niet begrepen en wilden vooral dat het probleem door een ander (school of het gebiedsteam) opgelost werd. (want zij moesten ook aan het werk) Scholen wijzen naar ouders, ouders wijzen naar scholen. Ook andere partijen die al jaren met thuiszitters werken leken niet te begrijpen waar ik met mijn Preventie Bureau naar toe wilde. Er is veel boosheid en frustratie binnen ‘Thuiszitters land’ en dat helpt het niet beter te worden. Ondanks dat timmerde ik stug door aan mijn nieuw te banen paadje tot dat mijn eigen zoon vast liep….

Toen Twan in december 2016 zelf thuis kwam te zitten had ik maar 1 vraag ‘ZIE MIJN KIND’ wat er ook ging gebeuren het moest in het belang zijn van Twan, los van alle vingers die wezen. Ik had te maken met een school die geen zorgplicht op zich nam, een samenwerkingsverband die hier niet op ingreep en zich vast hield aan de door hen in 2014 zelf bedachte regeltjes. En een gebiedsteam dat om de 2 of 3 maanden wisselde met werknemers en daardoor niet begreep wat er speelde en geen regie nam, geen lijn trok en geen kansen bood.

Het gevoel dat ‘kinderen verloren kunnen gaan’ kwam weer sterk bij mij boven. Als moeder stond ik doodsangsten uit omdat ik hem zag weg glijden in depressie en negatieve gedachten. De wereld leek tegen hem te zijn en niemand leek iets te kunnen, te willen of te mogen. Ik was doodsbang dat ik mijn kind zou kwijt raken dat hij als prachtige individu zou verdwijnen en als een schim verder zou moeten leven met al die hardnekkige negatieve  overtuigingen die hij had geleerd op de basisschool. Ik maakte me al zorgen over hoe zijn ontwikkeling zou gaan verlopen. Wat zou er gebeuren als we een kind van 9 zo onderdruk zetten? Het leek wel of niemand begreep wat voor impact zij hadden op het leven van mijn zoon en niemand daar verantwoordelijkheid voor wilde nemen.

Doodsangsten had ik …

Alles wat er gebeurde ging langs Twan, om Twan en over Twan en ondertussen was hij de enige die ‘van alles moest’. Het was een zeer frustrerende tijd waarin ik als moeder werd uitgedaagd om goed te luisteren, goed te zien en te reageren vanuit het belang van Twan en niet vanuit mijn eigen belang, mijn frustratie of mijn angsten.

En gelukkig had ik daarin steun! Gelukkig kon ik mijn zoon een aantal dagen in de week naar een balansplek brengen, werd ik ondersteund en gestimuleerd in mijn persoonlijke groei en ontwikkeling en kwam ook ik meer in balans. Ik leerde dat alles wat ik altijd dacht over Twan perfect bleek te kloppen voor Twan. Ik groeide in mijn vertrouwen als moeder en kon voet bij stuk houden.

Het was aan mij om de perfecte voorwaarden te scheppen. Ik realiseerde dat het aan mij was de verantwoordelijkheid te nemen. Het was tijd om te doen wat ik al die jaren al steeds riep en wonder boven wonder kreeg ik van onverwachte kanten de steun die ik nodig had om het voor elkaar te kunnen boksen!

Dat je leven een perfecte timing heeft heb ik toen mogen ervaren. Vanuit mijn positie werd ik uitgenodigd om mijn hoofd in dienst te stellen van mijn gevoel en me niet te laten leiden door angst, manipulatie en druk van buitenaf.  

De REFLECTIE TOOL is geboren vanuit een concept dat ik had geschreven om moeders te helpen met mijn preventie bureau thuiszitters. Uiteindelijk ben ik ruim 2 jaar actief bezig geweest om voor Twan passend onderwijs te realiseren en tijdens dat hele proces ontwikkelde de REFLECTIE TOOL hierin mee. Zo creeerde ik een Tool die mijn hoofd met mijn gevoel liet samenwerken. 

Ik heb ervaren dat wanneer je als ouder goed bewust bent van je uitdagingen en groei-kansen je stevige stappen kunt gaan zetten voor je kind. We voelen ons als snel zo hulpeloos omdat in onze maatschappij overal een ‘loketje’ voor is dat je ‘verder kan helpen’ en omdat het altijd zo goed heeft gefunctioneerd vertrouwen we daarop. Maar het systeem wankelt al jaren en is inmiddels eerder handhaving dan hulpverlening. Ons systeem lijkt steeds meer geleid te worden door angsten en tekorten i.p.v. vertrouwen en kansen. Pas wanneer je kiest om zelf de verantwoordelijkheid te nemen en je te laten leiden door jouw eigen wijsheid ga je merken dat er genoeg steun en medewerking is, komen de perfecte mensen op je pad en wordt alles mogelijk. 

Alles is mogelijk!

Zelfs de mensen die het mij enorm moeilijk hebben gemaakt kan ik dankbaar zijn, want zonder hen had ik niet zoveel inzichten gekregen en niet zo hard kunnen groeien. Ik heb dankzij hen het vertrouwen teruggekregen wat ik als meisje van 9 bij het overlijden van mijn broertje was kwijt geraakt. Het vertrouwen in mijn eigen gevoel.

De mensen die het hards hun verantwoordelijkheid terugtrokken, die mijn wilden manipuleren, die mij hebben ‘bedreigd’ met boetes, proces-verbalen en melding kindermishandeling hebben mijn grootste krachten weer wakker gemaakt.

En dat blijkt een oneindig groot vertrouwen te zijn in mezelf, in mijn zoon maar ook in het leven!

En ik weet dat gevoelsmatige processen zoals je kind weer terug in de motivatie krijgen (en dat is niet gelijk aan het kind weer naar school brengen) altijd anders gaan dan gedacht. Alle ‘SMART’ geformuleerde doelen en andere truckjes van de hulpverleners ten spijt, uiteindelijk is het een organisch proces waarin deze kinderen zitten en niet een systematisch proces van 1 + 1 = 2.

Wat er nodig is; geduld, aandacht, kijken, luisteren, mee bewegen, sparren, delen, persoonlijk contact, iets nieuws proberen, fouten maken, ze toegeven, het nog eens proberen, je kwetsbaar opstellen, integer zijn, eerlijk zijn, vriendelijk zijn en duidelijk zijn!

En vooral openheid en werken zonder vastgezette doelen maar met zuivere intenties!

Zeggen wat je doet
en doen wat je zegt!

 

Met Twan gaat het inmiddels weer ontzettend goed! Zijn verhaal is door een onderwijs journalist opgepakt,

      Lees hier verder. 

Heb je vragen of ben je op zoek naar ondersteuning omdat je in een soort gelijke situatie zit, neem contact met me op via de mail; go@lucierijpstra.nl